Platform Continentie Hulpmiddelenzorg

Op 14 maart 2019 is er weer een vergadering van het Platform Continentie Hulpmiddelenzorg (PCH). Dat is een overleg waarin alle betrokkenen met elkaar samenwerken om de kwaliteit van continentie hulpmiddelenzorg te bewaken en te verbeteren.

Wie zijn die betrokkenen?

Het PCH bestaat uit vertegenwoordigers van Patiënten, Continentieverpleegkundigen, Apothekers, Producenten, Handelaren, Zorgverzekeraars en het Ministerie van VWS. Het PCH wordt geleid door een onafhankelijke voorzitter en ondersteund door Vilans, kenniscentrum voor langdurige zorg.

Voor de patiëntenvertegenwoordigers zijn er drie zetels beschikbaar voor Dwarslaesie Organisatie Nederland (DON), Bekkenbodem4All (B4A) en de Incoclub. De Incoclub zetel is op dit moment leeg.

Vorig jaar heeft Martinique, de aan de Incoclub verbonden continentieverpleegkundige, die plek ingevuld en daarvoor was dat vanaf 2015 door Jan-2, één van de andere Incoclub beheerders. Het PCH hecht veel waarde aan de bijdrage die de Incoclub kan leveren en houdt daarom die zetel voor ons vrij.

De eerstvolgende vergadering is op 14 maart. Dan zal de voorzitter van B4A ook de Incoclub vertegenwoordigen, maar de stem van de patiënt wordt veel sterker als die ook wordt vertolkt door één van de Incoclub leden.

Wie wil het stokje overnemen?

Wij zijn op zoek naar een Incoclub lid die in de PCH de stem wil laten horen namens de patiënten die continentie hulpmiddelen gebruiken, om uit te spreken wat het belang van de patiënt is. Incoclub-leden zijn allemaal ervaringsdeskundige dus wat dat betreft zou elk lid die plek kunnen invullen. Wat erbij nodig is, is dat je kan luisteren naar de andere platformleden en zeggen wat je ervan vind. De onderwerpen die worden besproken kunnen per vergadering verschillen, maar uiteindelijk komt het er op neer dat steeds wordt besproken hoe zorgverleners en patiënten samen tot de beste zorg komen.

Je staat er niet alleen voor

Ben je geïnteresseerd, maar weet je nog niet of je onze zetel voor langere tijd wil invullen, dan kan je vrijblijvend de vergadering bijwonen. Je hoeft nog niks geen mening in te brengen, alleen luisteren mag ook. De huidige Incoclub beheerders en ook de ex-beheerders zullen je graag bijpraten en blijvend ondersteunen zodat we samen de belangen van onze doelgroep kunnen behartigen.

Het PCH vergadert een paar keer per jaar overdag, meestal in Utrecht. Reis- en onkosten worden vergoed. Meer informatie bij de Incoclub beheerders Martinique, Thea, Miranda, Thomas en Maikel bereikbaar via email hidden; JavaScript is required

Praat mee over een nieuw te ontwikkelen app over continentieklachten en chronische pijn in de bekkenbodem

Praat mee over een nieuw te ontwikkelen app over continentieklachten en chronische pijn in de bekkenbodem

Bekkenbodem4All organiseert voor een nieuw project waarin een app wordt ontwikkeld een gespreksgroep:
1 gespreksgroep speciaal voor mannen en 1 gespreksgroep speciaal voor vrouwen

Ben je iemand die veel gebruik maakt van apps en ben je goede maatjes met je telefoon? Vind je het belangrijk om als patiënt met bekkenbodemklachten zelf de regie te kunnen voeren over je aandoening en je zorgproces? En wat heb je daar dan voor nodig?

Bekkenbodem4All nodigt je uit om met ons mee te denken. Hoe kan een app jou informatie op maat aanbieden, op het moment dat jij dit nodig hebt. Waar heb jij behoefte aan? Maak het verschil en lever een belangrijke bijdrage aan je eigen regie en die van vergelijkbare doelgroepen. De input van de gespreksgroep gebruikt Bekkenbodem4All om een app te ontwikkelen vanuit patiëntenperspectief. Deze app kan ondersteuning bieden in het zorgproces, geeft meer regie en biedt verschillende tips, zoals het bespreekbaar maken van je klachten met de huisarts. Klik hier voor meer informatie!

Patiënten met medische hulpmiddelen zijn meer dan zorgkosten

Twee miljoen patiënten die dagelijks afhankelijk zijn van stoma-, incontinentiemateriaal en/of katheters dreigen de dupe te worden van nieuwe contracten die zorgverzekeraars onlangs hebben gesloten.

Patiënten die afhankelijk zijn van een medisch hulpmiddel worden door zorgverzekeraars steeds vaker gezien als kostenpost. De druk op de vergoedingen heeft grote gevolgen voor deze patiënten. Zij zullen steeds vaker een ander hulpmiddel of minder hulpmiddelen krijgen dan voorgeschreven.

Dankzij passende medische hulpmiddelen kunnen deze patiënten mee blijven doen in de maatschappij en langer zelfstandig blijven. Patiënten die niet langer hun vertrouwende hulpmiddel krijgen, kampen vaak met lichamelijke en psychische klachten en bijvoorbeeld uitval in het arbeidsproces of sociaal isolement. Wie medische hulpmiddelen dan ook vooral ziet als kostenpost, doet niet alleen patiënten te kort, maar ook de maatschappij. Een kortzichtige kostenbesparing door zorgverzekeraars, betekent dat anderen in de keten geconfronteerd worden met extra kosten.

Voor het blok
Zorgverzekeraars zetten met nieuwe contracten voor de vergoeding van medische hulpmiddelen medisch speciaalzaken (distributeurs) en apotheken voor het blok. Weliswaar valt er op papier weinig af te dingen, maar de praktijk laat nu al zien dat de geboden vergoedingen zo laag zijn, dat zowel het aanbod aan hulpmiddelen als de hulpmiddelenzorg ernstig onder druk komen te staan. Gevolg is dat veel patiënten niet langer het medisch hulpmiddel krijgen dat is voorgeschreven door gespecialiseerde verpleegkundigen, maar een hulpmiddel dat past bij zijn of haar ‘vergoedingsprofiel’. Kortom, de focus ligt primair op de prijs in plaats van op de beste keuze voor de patiënt.

Daarmee staat het inkoopbeleid op gespannen voet met het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg van het Zorginstituut Nederland (ZIN) uit 2017. Kern van het kwaliteitskader is dat een hulpmiddel past bij de behoeften van de patiënt en doelmatig is. Naast de fysieke beperking moet ook rekening gehouden worden met iemands dagelijks leven, zoals werk, sport en andere activiteiten. Daarvoor is een passend hulpmiddel nodig en voldoende keuzemogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden bij het voorschrijven. Het perspectief van de patiënt moet centraal staan. Als zorgverzekeraars (indirect) de regie krijgen op wat de patiënt uiteindelijk als hulpmiddel ontvangt, leidt dit tot allerlei ongewenste neveneffecten.

Patiënten in de knel
Contracteren van zorg leidt steeds vaker tot onrust en ongenoegen. Denk aan het recente geruzie van zorgverzekeraars met bijvoorbeeld huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten en diëtisten. Nefemed wil en kan deze laatste ontwikkeling niet zomaar accepteren. We zien in de praktijk steeds vaker dat patiënten in de knel komen door de contracten die zorgverzekeraars sluiten, waardoor maatwerk niet langer de norm is. Het verschil tussen een passend en een generiek hulpmiddel, maakt voor de gebruiker groot verschil in de mate waarin hij of zij, zijn of haar leven kan leven. Door de juiste inzet van medische hulpmiddelen kunnen ruim twee miljoen patiënten die kampen met (in)continentie problemen en/of een stoma dragen mee blijven doen in de maatschappij.

Het voorschrijven van medische hulpmiddelen is niet voor niets voorbehouden aan gespecialiseerde zorgverleners, die op basis van ervaring en dossierkennis functioneringsgericht, onafhankelijk en doelmatig voorschrijven. De regie mag niet verschuiven naar partijen die vanuit financiële belangen keuzes maken, zoals distributeurs of zorgverzekeraars.

Bij het bepalen van het zorg(inkoop)beleid moet – in gezamenlijkheid met ketenpartners – breder worden gekeken dan alleen naar de directe kosten van medische hulpmiddelen. De juiste medische hulpmiddelen zorgen ervoor dat een patiënt geen overbodige aanvullende medische kosten maakt en onnodig extra aanspraak maakt op vergoedde zorg uit de basisverzekering. Het zorgt ervoor dat zij met behoud van kwaliteit van leven kunnen meedraaien in onze maatschappij. Goed gebruik van medische hulpmiddelen kan zo bijdragen aan een integraal vergoedingenbeleid, waarbij onnodige kosten voorkomen voorkomen en de patiënt de best passende hulpmiddelen krijgt voor zijn of haar situatie.

 

Bron: Skipr