Registratrie

Registratie

Plasdagboek / mictielijst / padtest

Het aloude gezegde ‘meten is weten’ geldt ook voor incontinentie-onderzoek. Om de intenstiteit van de incontinentie in kaart te brengen wordt een registratie bijgehouden van het urineverlies (mictie).

De patiënt moet zelf meestal 24 uur op een lijst bijhouden wanneer, onder welke omstandigheden en in welke mate het urineverlies optreedt.

Zo’n lijst wordt mictielijst of plasdagboek genoemd. Dit (zelf)onderzoek geeft de behandelaars (huisarts, uroloog, bekkenbodemtherapeut) zeer waardevolle informatie. Soms moet ook worden genoteerd hoeveel er wordt gedronken (vochtbalans).

Een kortdurende registratie waarbij nauwkeurig wordt vastgesteld hoeveel urine wordt verloren bij bepaalde bewegingen is de padtest.

Hierbij wordt het incontinentieverband (pad) vóór en na het uitvoeren van bepaalde oefeningen (buigen, huppelen, hoesten) gewogen.

Facebook
Google+
Twitter
WhatsApp
Email